fbpx

Modaliteiten van Natuur en Biodiversiteit

Modaliteiten van Natuur en Biodiversiteit

Wat zijn de doelstellingen die nagestreefd worden?

Wat eerst de ‘Groene wijken’ waren (een actie die bewoners uitnodigde om hun leefomgeving op te fleuren), is uitgegroeid tot een stedelijk, dynamisch, vrijgevig, participatief en origineel project. Van jaar tot jaar heeft ‘Groene wijken’ nieuwe projecten geoogst, met steeds meer ambities op het vlak van stadslandbouw en biodiversiteit. Totdat we de overgang maakten naar projecten rond ‘natuur en biodiversiteit’.

Dit initiatief moedigt de bewoners aan om de openbare ruimte te verbeteren door de natuur en de biodiversiteit te bevorderen via de vergroening van gevels en boomvoeten, de aanleg van demonstratietuinen, vijvers, hagen enz. in de straten. De nadruk ligt op inheemse, vaste planten. De projecten zijn gericht op de openbare ruimte, inclusief de ruimte tussen de gevel en de rijbaan.

Het is vooral een project dat de interactie tussen stad en natuur wil bevoorrechten. Er wordt voorrang gegeven aan inheemse, nectarproducerende en wilde soorten die vogels, vleermuizen, bijen, vlinders en andere kleine dieren uitnodigen om zich in een stedelijke omgeving te vestigen of er te blijven.

Wat is een Natuur en Biodiversiteit project?

De ondersteunde projecten moeten collectief zijn en plaatsvinden in een openbare ruimte of in een ruimte die toegankelijk is voor de wijkbewoners. Het is niet de bedoeling om privéprojecten te financieren, in privéruimtes die alleen voor privégebruik bestemd zijn.

Om de uitvoering van het Natuurplan te versterken, worden de volgende acties in de mate van het mogelijke bevorderd:

  • meer ingrijpende inrichtingen op grotere oppervlakken;
  • partnerschappen met eigenaars die niet aan het project verbonden zijn, waardoor ambitieuzere projecten mogelijk worden (verwaarloosde ruimte aan de straatkant, privépercelen die toegankelijk zijn voor het publiek enz.);
  • partnerschappen met de gemeente, met name in het kader van hun gemeentelijke strategie inzake natuur en biodiversiteit;
  • inrichtingen die plaats bieden aan wilde fauna en zo de biodiversiteit bevorderen.

Er gaat bijzondere aandacht uit naar de Brusselse zones die te kampen hebben met een sterk gebrek aan groene ruimten.

Enkele voorbeelden:

  • Begroeiing op de gevels van een straat of een groep straten: klimplanten, vegetatie aan de voet van bomen, trottoirverbredingen enz. hebben vele voordelen voor de levenskwaliteit en helpen de natuur in de stad;
  • Groene trottoirs of randen, door langs de gevels straattegels weg te halen, zodat er lage planten of klimplanten kunnen groeien, of afwisselend lage en klimplanten;
  • Een insectenspiraal (of aromatische spiraal) plaatsen, op een plein of lege ruimte;
  • Een vijver aanleggen, wat interessant is voor veel dieren zoals kikvorsachtigen en andere amfibieën of voor bepaalde insecten, op openbare of particuliere onbebouwde grond;
  • Hindernissen in de wijk weghalen om doorgangen te creëren voor dieren;
  • Nestkasten of schuilplaatsen installeren voor bepaalde vogelsoorten, een nesttoren plaatsen;
  • Hagen aanleggen;
  • Een didactische natuurlijke tuin aanleggen

Waarom niet een parkstraat of groene straat aanleggen? (ambitieuze project)

Een groene straat is een ambitieus project dat zich niet beperkt tot klimplanten tegen de gevel of straatbomen. Het gaat om een globale reflectie over de functionaliteiten van de straat (natuur, regenwaterbeheer, bijdrage aan de vermindering van hitte-eilanden en het opvangen van luchtverontreinigende stoffen) en het project moet de straat teruggeven aan de bewoners. Er spelen verschillende aspecten mee:

  • mobiliteit via rustiger autoverkeer, gecontroleerd parkeren, geen voorrang meer geven aan het autoverkeer, ten voordele van voetgangers en fietsers (en fietsenstallingen);
  • vergroening met respect voor de beperkingen van de openbare weg;
  • lokale dynamiek en participatief potentieel, want het zijn de bewoners die de straat leven inblazen;
  • een schakel in het groene en ecologische netwerk.

Een dergelijk project vereist een sterk partnerschap met de gemeente of het gewest (al naargelang de instantie die verantwoordelijk is voor het wegennet). Cofinanciering door deze instanties is trouwens noodzakelijk. Daarom moet de projectplanning rekening houden met de jaarlijkse begrotingen van de betrokken instanties.